Exodus 13
1 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.
3 Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden. 4 Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.
5 En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand. 6 Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag zal den HEERE een feest zijn. 7 Zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in al uw palen.
8 En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog. 9 En het zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, omdat u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft. 10 Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.
11 Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE in het land der Kanaanieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven hebben; 12 Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn. 13 Doch al wat de baarmoeder der ezelin opent, zult gij lossen met een lam; wanneer gij het nu niet lost, zo zult gij het den nek breken; maar alle eerstgeborenen des mensen onder uw zonen zult gij lossen.
14 Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat is dat, zo zult gij tot hem zeggen: De HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis, uitgevoerd. 15 Want het geschiedde, toen Farao zich verhardde ons te laten trekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypteland, van des mensen eerstgeborene af, tot den eerstgeborene der beesten; daarom offer ik den HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent; doch alle eerstgeborenen mijner zonen los ik. 16 En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte uitgevoerd.
17 En het is geschied, toen Farao het volk had laten trekken, zo leidde hen God niet op den weg van het land der Filistijnen, hoewel die nader was; want God zeide: Dat het den volke niet rouwe, als zij den strijd zien zouden, en wederkeren naar Egypte. 18 Maar God leidde het volk om, langs den weg van de woestijn der Schelfzee. De kinderen Israels nu togen bij vijven uit Egypteland. 19 En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen Israels bezworen, zeggende: God zal ulieden voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met ulieden op van hier!
20 Alzo reisden zij uit Sukkoth; en zij legerden zich in Etham, aan het einde der woestijn. 21 En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht. 22 Hij nam de wolkkolom des daags, noch de vuurkolom des nachts niet weg van het aangezicht des volks.
Exodus 14
1 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee. 3 Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten. 4 En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben. En zij deden alzo.
5 Toen nu den koning van Egypte werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij zeiden: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israel hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden? 6 En hij spande zijn wagen aan, en nam zijn volk met zich. 7 En hij nam zeshonderd uitgelezene wagens, ja, al de wagens van Egypte, en de hoofdlieden over die allen. 8 Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan. 9 En de Egyptenaars jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee; al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn heir; nevens Pi-hachiroth, voor Baal-zefon.
10 Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. 11 En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte uitgevoerd hebt? 12 Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.
13 Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid. 14 De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.
15 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. 16 En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief dezelve, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge. 17 En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. 18 En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
19 En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. 20 En zij kwam tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht.
21 Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. 22 En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.
23 En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee. 24 En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren. 25 En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israel, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.
26 En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters. 27 Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee. 28 Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over. 29 Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. 30 Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee. 31 Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht.
Exodus 15
1 Toen zong Mozes en de kinderen Israels den HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. 2 De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen! 3 De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam! 4 Hij heeft Farao's wagenen en zijn heir in de zee geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee. 5 De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen. 6 O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken! 7 En door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen; Gij hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel. 8 En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stijf geworden in het hart der zee. 9 De vijand zeide: Ik zal vervolgen, ik zal achterhalen, ik zal den buit delen, mijn ziel zal van hen vervuld worden, ik zal mijn zwaard uittrekken, mijn hand zal hen uitroeien. 10 Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren! 11 O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder? 12 Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden! 13 Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid. 14 De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen. 15 Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten! 16 Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen, als een steen, totdat Uw volk, HEERE! henen doorkome; totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt. 17 Die zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke Gij, o HEERE! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o HEERE! 18 De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren! 19 Want Farao's paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de HEERE heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen Israels zijn op het droge in het midden van de zee gegaan.
20 En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien. 21 Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!
22 Hierna deed Mozes de Israelieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.
23 Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara. 24 Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken? 25 Hij dan riep tot den HEERE; en de HEERE wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve, 26 En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!
27 Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.
Achi
Achuar
Afrikaans
- ABD07-AF Bybel vir almal
- AFR53-AF 1933/1953 Translation
- AFR83 Afrikaans 1983 Translation
- DB Die Boodskap
- NLV Nuwe Lewende Vertaling
العربية
- AVD-AR New Van Dyck Bible
- AVDRV-AR New Van Dyck Bible (Reduced Vocalization without Helps)
- GNA93-AR Good News Arabic Bible
- NAV كتاب الحياة
- SAB الكتاب الشريف
- WBAR Arabic Bible
Waimaha
Batak Toba
български език
বাংলা
Biatah
Simalungun
Batak Karo
Cebuano
Church Slavonic
česky
Dansk
Deutsch
- DELUT Luther Bible 1912
- ELB Elberfelder 1905
- ELB71 Elberfelder 1871
- GANTP Albrecht NT und Psalmen
- HFA Hoffnung für Alle
- NGU2011-DEU Neue Genfer Übersetzung
- SCH2000-DEU Schlachter 2000
- SCH51 Schlachter 1951
Dusun
English
- ASV American Standard Version
- BOOKS-ENG The Books of the Bible NT
- AMP Amplified Bible
- CEB Common English Bible
- CEV Contemporary English Version
- CPDV Catholic Public Domain Version
- DRA Douay Rheims
- ESV English Standard Version
- GNT Good News Translation
- GNTD English Good News Translation
- GWT GOD'S WORD Translation
- HCSB Holman Christian Standard Bible
- KJV King James Version
- LEB Lexham English Bible
- MSG The Message
- NASB New American Standard Bible
- NCV New Century Version
- NET New English Translation
- NIRV-ENG New International Reader's Version
- NIV NIV
- NIV84 NIV 1984
- NIVUK New International Version Anglicized
- NKJV New King James Version
- NLT New Living Translation
- OJB Orthodox Jewish Bible
- TNIV TNIV
- WEB World English Bible
Español
- BLPH-ES La Palabra (versión hispanoamericana)
- DHH Dios Habla Hoy Con Deuterocanόnicos
- DHHE-ES Dios Habla Hoy (versión española)
- LBLA La Biblia de las Americas
- NBLH Nueva Biblia Latinoamericana de Hoy
- NVI Nueva Version Internacional
- NTV Nueva Traducciόn Viviente
- RVC Reina Valera Contemporánea
- RVES Reina-Valera Antigua
- RVR60 Reina-Valera 1960
- RVR60-ES Biblia Reina Valera 1960
- RVR95 Reina Valera 1995
- TLA Traducciόn En Lenguaje Actual
- TLAD Traducciόn En Lenguaje Actual con Deuterocanónicos
- WBES Spanish NT
Euskara
- BHNT Navarro-Labourdin Basque NT
- EAB-EU Elizen Arteko Biblia (Biblia en Euskara, Traducción Interconfesional)
فارسی
Suomi
Français
- BDS La Bible Du Semeur
- FMAR Martin 1744
- FRC97-FR La Bible en français courant
- FRDBY Bible Darby en français
- LSG-FR Bible Segond 1910
- NBS-FR Nouvelle Bible Segond
- NEG79 Nouvelle Edition de Genève 1979
- OST Ostervald
- PDV-FR Bible Parole de Vie
- S21 Bible Segond 21
Guaraní
Ancient Greek
- SBLG SBL Greek New Testament
- TGV-GRC Η Αγία Γραφή (Παλαιά και Καινή Διαθήκη)
- TR1624 Elzevir Textus Receptus 1624
- TR1894 Scrivener’s Textus Receptus 1894
Hausa
עִבְרִית
Hiligaynon
Hrvatski
Magyar
Hawai`i Pidgin
Հայերեն
Iban
Bahasa Indonesia
Igbo
Italiano
- DO885-IT Diodati Bible
- IGD Giovanni Diodati Bibbia
- ITRIV Italian Riveduta 1927
- LM La Parola è Vita
- NR06-ITA Nuova Riveduta 2006
- NR94 Nuova Riveduta 1994
- RDV24-IT Versione Diodati Riveduta
日本語
ភាសាខ្មែរ
한국어
Lahu
Malagasy
te reo Māori
Li Niha
Nederlands
Norsk: nynorsk
Norsk: bokmål
- BM11-NO Bibelen 2011 bokmål
- NLBNT En Levende Bok: Det Nye Testamentet
- BM85-NO Bibelen 1978/85 bokmål
- NB Norsk Bibel 88/07
- NORSK Det Norsk Bibelselskap 1930
Sotho, Northern
Polski
Penan
Potawatomi
Português
- ARC Tradução Revista e Corrigida de João Ferreira de Almeida
- NTLH Tradução na Linguagem de Hoje
- NVI-POR Nova Versão Internacional
- TB-POR Tradução Brasileira (A Brazilian Translation), 2nd edition
- WBPT Brazilian Portuguese NT
Quichua-Chimborazo
Română
- NTR Noua Traducere în limba Română
- VDC Versiunea Dumitru Cornilescu
- VDCC Versiunea Dumitru Cornilescu Corectată
Pyccкий
- RSZ Slovo Zhizny
- RUVZ Russian New Testament by Victor R. Zhuromsky
- SYNO-RU Синодальный перевод
- WBRU Russian New Testament
Toraja
Slovenčina
Shona
Somali
Shqip
српски
Svenska
- BSV Nya Levande Bibeln
- SB00-SV Swedish, Translation 2000
- SFB Svenska Folkbibeln
- SK73 Karl XII 1873
- SVEN Svenska 1917
Kiswahili
ภาษาไทย
- TNCV-THA พระคริสตธรรมคัมภีร์อมตธรรมร่วมสมัย
- THSV Thai Standard Version Revision
- TKJV พระคัมภีร์ภาษาไทยฉบับ KJV
- WBTH Thai New Testament
Murut Timungon
Tagalog
Tswana
Tsonga
Türkçe
українська
- UBIO Біблія в пер. Івана Огієнка, 1962
- UKRK Біблія в пер. П.Куліша та І.Пулюя, 1905
- WBUK Ukrainian New Testament
اردو
Tiếng Việt
- BD2011-VIE Ban Dich 2011
- RVV11-VI Revised Vietnamese Version Bible
- VI1934 1934 Vietnamese Bible
- WBVI Vietnamese NT
èdèe Yorùbá
简体中文
繁體中文
Zokam
Book
Chapter
Achi
Achuar
Afrikaans
- ABD07-AF Bybel vir almal
- AFR53-AF 1933/1953 Translation
- AFR83 Afrikaans 1983 Translation
- DB Die Boodskap
- NLV Nuwe Lewende Vertaling
العربية
- AVD-AR New Van Dyck Bible
- AVDRV-AR New Van Dyck Bible (Reduced Vocalization without Helps)
- GNA93-AR Good News Arabic Bible
- NAV كتاب الحياة
- SAB الكتاب الشريف
- WBAR Arabic Bible
Waimaha
Batak Toba
български език
বাংলা
Biatah
Simalungun
Batak Karo
Cebuano
Church Slavonic
česky
Dansk
Deutsch
- DELUT Luther Bible 1912
- ELB Elberfelder 1905
- ELB71 Elberfelder 1871
- GANTP Albrecht NT und Psalmen
- HFA Hoffnung für Alle
- NGU2011-DEU Neue Genfer Übersetzung
- SCH2000-DEU Schlachter 2000
- SCH51 Schlachter 1951
Dusun
English
- ASV American Standard Version
- BOOKS-ENG The Books of the Bible NT
- AMP Amplified Bible
- CEB Common English Bible
- CEV Contemporary English Version
- CPDV Catholic Public Domain Version
- DRA Douay Rheims
- ESV English Standard Version
- GNT Good News Translation
- GNTD English Good News Translation
- GWT GOD'S WORD Translation
- HCSB Holman Christian Standard Bible
- KJV King James Version
- LEB Lexham English Bible
- MSG The Message
- NASB New American Standard Bible
- NCV New Century Version
- NET New English Translation
- NIRV-ENG New International Reader's Version
- NIV NIV
- NIV84 NIV 1984
- NIVUK New International Version Anglicized
- NKJV New King James Version
- NLT New Living Translation
- OJB Orthodox Jewish Bible
- TNIV TNIV
- WEB World English Bible
Español
- BLPH-ES La Palabra (versión hispanoamericana)
- DHH Dios Habla Hoy Con Deuterocanόnicos
- DHHE-ES Dios Habla Hoy (versión española)
- LBLA La Biblia de las Americas
- NBLH Nueva Biblia Latinoamericana de Hoy
- NVI Nueva Version Internacional
- NTV Nueva Traducciόn Viviente
- RVC Reina Valera Contemporánea
- RVES Reina-Valera Antigua
- RVR60 Reina-Valera 1960
- RVR60-ES Biblia Reina Valera 1960
- RVR95 Reina Valera 1995
- TLA Traducciόn En Lenguaje Actual
- TLAD Traducciόn En Lenguaje Actual con Deuterocanónicos
- WBES Spanish NT
Euskara
- BHNT Navarro-Labourdin Basque NT
- EAB-EU Elizen Arteko Biblia (Biblia en Euskara, Traducción Interconfesional)
فارسی
Suomi
Français
- BDS La Bible Du Semeur
- FMAR Martin 1744
- FRC97-FR La Bible en français courant
- FRDBY Bible Darby en français
- LSG-FR Bible Segond 1910
- NBS-FR Nouvelle Bible Segond
- NEG79 Nouvelle Edition de Genève 1979
- OST Ostervald
- PDV-FR Bible Parole de Vie
- S21 Bible Segond 21
Guaraní
Ancient Greek
- SBLG SBL Greek New Testament
- TGV-GRC Η Αγία Γραφή (Παλαιά και Καινή Διαθήκη)
- TR1624 Elzevir Textus Receptus 1624
- TR1894 Scrivener’s Textus Receptus 1894
Hausa
עִבְרִית
Hiligaynon
Hrvatski
Magyar
Hawai`i Pidgin
Հայերեն
Iban
Bahasa Indonesia
Igbo
Italiano
- DO885-IT Diodati Bible
- IGD Giovanni Diodati Bibbia
- ITRIV Italian Riveduta 1927
- LM La Parola è Vita
- NR06-ITA Nuova Riveduta 2006
- NR94 Nuova Riveduta 1994
- RDV24-IT Versione Diodati Riveduta
日本語
ភាសាខ្មែរ
한국어
Lahu
Malagasy
te reo Māori
Li Niha
Nederlands
Norsk: nynorsk
Norsk: bokmål
- BM11-NO Bibelen 2011 bokmål
- NLBNT En Levende Bok: Det Nye Testamentet
- BM85-NO Bibelen 1978/85 bokmål
- NB Norsk Bibel 88/07
- NORSK Det Norsk Bibelselskap 1930
Sotho, Northern
Polski
Penan
Potawatomi
Português
- ARC Tradução Revista e Corrigida de João Ferreira de Almeida
- NTLH Tradução na Linguagem de Hoje
- NVI-POR Nova Versão Internacional
- TB-POR Tradução Brasileira (A Brazilian Translation), 2nd edition
- WBPT Brazilian Portuguese NT
Quichua-Chimborazo
Română
- NTR Noua Traducere în limba Română
- VDC Versiunea Dumitru Cornilescu
- VDCC Versiunea Dumitru Cornilescu Corectată
Pyccкий
- RSZ Slovo Zhizny
- RUVZ Russian New Testament by Victor R. Zhuromsky
- SYNO-RU Синодальный перевод
- WBRU Russian New Testament
Toraja
Slovenčina
Shona
Somali
Shqip
српски
Svenska
- BSV Nya Levande Bibeln
- SB00-SV Swedish, Translation 2000
- SFB Svenska Folkbibeln
- SK73 Karl XII 1873
- SVEN Svenska 1917
Kiswahili
ภาษาไทย
- TNCV-THA พระคริสตธรรมคัมภีร์อมตธรรมร่วมสมัย
- THSV Thai Standard Version Revision
- TKJV พระคัมภีร์ภาษาไทยฉบับ KJV
- WBTH Thai New Testament
Murut Timungon
Tagalog
Tswana
Tsonga
Türkçe
українська
- UBIO Біблія в пер. Івана Огієнка, 1962
- UKRK Біблія в пер. П.Куліша та І.Пулюя, 1905
- WBUK Ukrainian New Testament
اردو
Tiếng Việt
- BD2011-VIE Ban Dich 2011
- RVV11-VI Revised Vietnamese Version Bible
- VI1934 1934 Vietnamese Bible
- WBVI Vietnamese NT