Exodus 26
1 Den tabernakel nu zult gij maken van tien gordijnen, van fijn getweernd linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, met cherubim; van het allerkunstelijkste werk zult gij ze maken. 2 De lengte van een gordijn zal van acht en twintig ellen zijn, en de breedte ener gordijn van vier ellen; al deze gordijnen zullen een maat hebben. 3 Er zullen vijf gordijnen samengevoegd zijn, de een aan de andere; wederom zullen er vijf gordijnen samengevoegd zijn, de een aan de andere. 4 En gij zult hemelsblauwe striklisjes maken aan den kant van de ene gordijn, aan het uiterste, in de samenvoeging; alzo zult gij ook doen aan den uitersten kant der gordijn, aan de tweede samenvoegende. 5 Vijftig striklisjes zult gij aan de ene gordijn maken, en vijftig striklisjes zult gij maken aan het uiterste der gordijn, dat aan de tweede samenvoegende is; deze striklisjes zullen het ene aan het andere samenvatten. 6 Gij zult ook vijftig gouden haakjes maken, en zult de gordijnen samenvoegen, de ene aan de andere, met deze haakjes, opdat het een tabernakel zij.
7 Ook zult gij gordijnen uit geiten haar maken tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen zult gij die maken. 8 De lengte ener gordijn zal dertig ellen zijn, en de breedte ener gordijn vier ellen; deze elf gordijnen zullen een maat hebben. 9 En gij zult vijf dezer gordijnen aan elkander bijzonder voegen, en zes dezer gordijnen bijzonder; en de zesde dezer gordijnen zult gij dubbel maken, recht voorop de tent. 10 En gij zult vijftig striklisjes maken aan den kant van de ene gordijn, het uiterste in de samenvoeging, en vijftig striklisjes aan den kant van de gordijn, die de tweede samenvoegende is. 11 Gij zult ook vijftig koperen haakjes maken, en gij zult de haakjes in de striklisjes doen, en gij zult de tent samenvoegen, dat zij een zij. 12 Het overige nu, dat overschiet aan de gordijnen der tent, de helft der gordijn, die overschiet, zal overhangen, aan de achterste delen des tabernakels. 13 En een el van deze, en een el van gene zijde van hetgeen, dat overig zijn zal aan de lengte van de gordijnen der tent, zal overhangen aan de zijden des tabernakels, aan deze en aan gene zijde, om dien te bedekken. 14 Gij zult ook voor de tent een deksel maken van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel van dassenvellen.
15 Gij zult ook tot den tabernakel staande berderen maken, van sittimhout. 16 De lengte van een berd zal tien ellen zijn, en een el en een halve el zal de breedte van elk berd zijn. 17 Twee houvasten zal een berd hebben, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo zult gij het met al de berderen des tabernakels maken. 18 En de berderen tot den tabernakel zult gij aldus maken: twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts. 19 Gij zult ook veertig zilveren voeten maken onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten. 20 Er zullen ook twintig berderen zijn aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek, 21 Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd. 22 Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen zult gij zes berderen maken. 23 Ook zult gij twee berderen maken tot de hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden. 24 En zij zullen van beneden als tweelingen samengevoegd zijn; zij zullen ook als tweelingen aan het oppereinde deszelven samengevoegd zijn, met een ring; alzo zal het met de twee berderen zijn; tot twee hoekberderen zullen zij zijn. 25 Alzo zullen de acht berderen zijn met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten; twee voeten onder een berd, wederom twee voeten onder een berd.
26 Gij zult ook richelen maken van sittimhout; vijf aan de berderen van de ene zijde des tabernakels; 27 En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen van de zijde des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts. 28 En de middelste richel zal midden aan de berderen zijn, doorschietende van het ene einde tot het andere einde. 29 En gij zult de berderen met goud overtrekken, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) zult gij van goud maken; de richelen zult gij ook met goud overtrekken. 30 Dan zult gij den tabernakel oprichten naar zijn wijze, die u op den berg getoond is.
31 Daarna zult gij een voorhang maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk zal men dien maken, met cherubim. 32 En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittim hout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten.
33 En gij zult den voorhang onder de haakjes hangen, en gij zult de ark der getuigenis aldaar binnen den voorhang brengen; en deze voorhang zal ulieden een scheiding maken tussen het heilige, en tussen het heilige der heiligen. 34 En gij zult het verzoendeksel zetten op de ark der getuigenis, in het heilige der heiligen. 35 De tafel nu zult gij zetten buiten den voorhang, en den kandelaar tegen de tafel over, aan de ene zijde des tabernakels, zuidwaarts; maar de tafel zult gij zetten aan de noordzijde. 36 Gij zult ook aan de deur der tent een deksel maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk. 37 En gij zult tot dit deksel vijf pilaren van sittim hout maken, en die met goud overtrekken; hun haken zullen van goud zijn; en gij zult hun vijf koperen voeten gieten.
Exodus 27
1 Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijf ellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte. 2 En gij zult zijn hoornen maken op zijn vier hoeken; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn, en gij zult het met koper overtrekken. 3 Gij zult het ook potten maken, om zijn as te ontvangen, ook zijn schoffelen, en zijn besprengbekkens, en zijn krauwelen, en zijn koolpannen; al zijn gereedschap zult gij van koper maken. 4 Gij zult het een rooster maken van koperen netwerk; en gij zult aan dat net vier koperen ringen maken aan zijn vier einden. 5 En gij zult het onder den omloop des altaars van beneden opleggen, alzo dat het net tot het midden des altaars zij. 6 Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gij zult ze met koper overtrekken. 7 En de handbomen zullen in de ringen gedaan worden, alzo dat de handbomen zijn aan beide zijden des altaars, als men het draagt. 8 Gij zult hetzelve hol van planken maken; gelijk als Hij u op den berg gewezen heeft, alzo zullen zij doen.
9 Gij zult ook den voorhof des tabernakels maken; aan den zuidhoek zuidwaarts, zullen aan den voorhof behangselen zijn van fijn getweernd linnen; de lengte ener zijde zal honderd ellen zijn. 10 Ook zullen zijn twintig pilaren, en derzelver twintig voeten, van koper zijn; de haken dezer pilaren, en hun banden zullen van zilver zijn. 11 Alzo zullen ook aan den noorderhoek, in de lengte, de behangsels honderd ellen lang zijn; en zijn twintig pilaren, en derzelver twintig voeten, van koper; de haken der pilaren, en derzelver banden zullen van zilver zijn.
12 En in de breedte des voorhofs, aan den westerhoek, zullen behangselen zijn van vijftig ellen; hun pilaren tien, en derzelver voeten tien. 13 Van gelijken zal de breedte des voorhofs, aan den oosterhoek oostwaarts, van vijftig ellen zijn. 14 Alzo dat er vijftien ellen der behangselen op de ene zijde zijn; hun pilaren drie, en hun voeten drie; 15 En vijftien ellen der behangselen aan de andere zijde; hun pilaren drie, en hun voeten drie.
16 In de poort nu des voorhofs zal een deksel zijn van twintig ellen, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk; de pilaren vier, en hun voeten vier. 17 Al de pilaren des voorhofs zullen rondom met zilveren banden bezet zijn; hun haken zullen van zilver zijn, maar hun voeten zullen van koper zijn.
18 De lengte des voorhofs zal honderd ellen zijn, en de breedte doorgaans vijftig, en de hoogte vijf ellen, van fijn getweernd linnen; maar hun voeten zullen van koper zijn. 19 Aangaande al het gereedschap des tabernakels, in al deszelfs dienst, ja, al zijn pennen, en al de pennen des voorhofs, zullen van koper zijn.
20 Gij nu zult den kinderen Israels gebieden, dat zij tot u brengen reine olie van olijven, gestoten tot den luchter, dat men geduriglijk de lampen aansteke. 21 In de tent der samenkomst, van buiten den voorhang, die voor de getuigenis is, zal ze Aaron en zijn zonen toerichten, van den avond tot den morgen, voor het aangezicht des HEEREN; dit zal een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten, vanwege de kinderen Israels.
Exodus 28
1 Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen naderen uit het midden der kinderen Israels, om Mij het priesterambt te bedienen: namelijk Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aaron. 2 En gij zult voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, tot heerlijkheid en tot sieraad. 3 Gij zult ook spreken tot allen, die wijs van hart zijn, die Ik met den geest der wijsheid vervuld heb, dat zij voor Aaron klederen maken, om hem te heiligen, dat hij Mij het priesterambt bediene. 4 Dit nu zijn de klederen, die zij maken zullen: een borstlap, en een efod, en een mantel, en een rok vol oogjes, een hoed en een gordel; zij zullen dan voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, en voor zijn zonen, om Mij het priesterambt te bedienen. 5 Zij zullen ook het goud, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen;
6 En zullen den efod maken van goud, hemelsblauw, en purper, scharlaken en fijn getweernd linnen, van het allerkunstelijkste werk. 7 Hij zal twee samenvoegende schouderbanden hebben aan zijn beide einden, waarmede hij samengevoegd zal worden. 8 En de kunstelijke riem zijns efods, die op hem is, zal zijn gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, hemelsblauw en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen. 9 En gij zult twee sardonixstenen nemen, en de namen der zonen van Israel daarop graveren. 10 Zes van hun namen op een steen, en de zes overige namen op den anderen steen, naar hun geboorten; 11 Naar steensnijderswerk, gelijk men de zegelen graveert, zult gij deze twee stenen graveren, met de namen der zonen van Israel; gij zult ze maken, dat zij omvat zijn in gouden kastjes. 12 En gij zult de twee stenen aan de schouderbanden des efods zetten, zijnde stenen ter gedachtenis voor de kinderen Israels; en Aaron zal hun namen op zijn beide schouders dragen, ter gedachtenis, voor het aangezicht des HEEREN.
13 Gij zult ook gouden kastjes maken, 14 En twee ketentjes van louter goud; gelijk-eindigende zult gij die maken, gedraaid werk; en de gedraaide ketentjes zult gij aan de kastjes hechten.
15 Gij zult ook een borstlap des gerichts maken, van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods zult gij hem maken; van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en van fijn getweernd linnen zult gij hem maken. 16 Vierkant zal hij zijn, en verdubbeld; een span zal zijn lengte zijn, en een span zijn breedte. 17 En gij zult vervullende stenen daarin vullen, vier rijen stenen, een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij. 18 En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier, en een Diamant. 19 En de derde rij, een Hyacint, Agaat en Amethist. 20 En de vierde rij van een Turkoois, en een Sardonix, en een Jaspis; zij zullen met goud ingevat zijn in hun vullingen. 21 En deze stenen zullen zijn met de twaalf namen der zonen van Israel, met hun namen; zij zullen als zegelen gegraveerd worden, elk met zijn naam; voor de twaalf stammen zullen zij zijn.
22 Gij zult ook aan den borstlap gelijk-eindigende ketentjes van gedraaid werk uit louter goud maken. 23 Gij zult ook aan den borstlap twee gouden ringen maken; en gij zult de twee ringen aan de twee einden van den borstlap zetten. 24 Dan zult gij de twee gedraaide gouden ketentjes in de twee ringen doen, aan de einden van den borstlap. 25 Maar de twee einden der twee gedraaide ketentjes zult gij aan die twee kastjes doen; en gij zult ze zetten aan de schouderbanden van den efod, recht op de voorste zijde van dien.
26 Gij zult nog twee gouden ringen maken, en zult ze aan de twee einden des borstlaps zetten; inwendig aan zijn rand, die aan de zijde van den efod zijn zal. 27 Nog zult gij twee gouden ringen maken, die gij zetten zult aan de twee schouderbanden van den efod, beneden aan de voorste zijde, tegenover zijn voege, boven den kunstelijken riem des efods. 28 En zij zullen den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod opwaarts binden, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijken riem van den efod zij; en de borstlap zal van den efod niet afgescheiden worden. 29 Alzo zal Aaron de namen der zonen van Israel dragen aan den borstlap des gerichts, op zijn hart, als hij in het heilige zal gaan, ter gedachtenis voor het aangezicht des HEEREN geduriglijk.
30 Gij zult ook in den borstlap des gerichts de Urim en de Thummim zetten, dat zij op het hart van Aaron zijn, als hij voor het aangezicht des HEEREN ingaan zal; alzo zal Aaron dat gericht der kinderen Israels geduriglijk op zijn hart dragen, voor het aangezicht des HEEREN.
31 Gij zult ook den mantel des efods geheel van hemelsblauw maken. 32 En het hoofdgat deszelven zal in het midden daarvan zijn; dit gat zal een boord rondom hebben van geweven werk; als het gat eens pantsiers zal het daaraan zijn, dat het niet gescheurd worde.
33 En aan deszelfs zomen zult gij granaatappelen maken van hemelsblauw, en van purper, en van scharlaken, aan zijn zomen rondom, en gouden schelletjes rondom tussen dezelve. 34 Dat er een gouden schelletje, daarna een granaatappel zij; wederom een gouden schelletje, en een granaatappel, aan de zomen des mantels rondom. 35 En Aaron zal denzelven aanhebben, om te dienen; opdat zijn geluid gehoord worde, als hij in het heilige, voor het aangezicht des HEEREN, ingaat, en als hij uitgaat, opdat hij niet sterve.
36 Verder zult gij een plaat maken van louter goud, en gij zult daarin graveren, gelijk men de zegelen graveert: De HEILIGHEID DES HEEREN! 37 En gij zult dezelve aanhechten met een hemelsblauw snoer, alzo dat zij aan den hoed zij; aan de voorste zijde des hoeds zal zij zijn. 38 En zij zal op het voorhoofd van Aaron zijn, opdat Aaron drage de ongerechtigheid der heilige dingen, welke de kinderen Israels zullen geheiligd hebben, in alle gaven hunner geheiligde dingen; en zij zal geduriglijk aan zijn voorhoofd zijn, om henlieden voor het aangezicht des HEEREN aangenaam te maken.
39 Gij zult ook een rok vol oogjes maken, van fijn linnen; gij zult ook den hoed van fijn linnen maken; maar den gordel zult gij van geborduurd werk maken.
40 Voor de zonen van Aaron zult gij ook rokken maken, en gij zult voor hen gordels maken; ook zult gij voor hen mutsen maken, tot heerlijkheid en sieraad. 41 En gij zult die uw broeder Aaron en ook zijn zonen aantrekken; en gij zult hen zalven, en hun hand vullen, en hen heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen. 42 Maak hun ook linnen onderbroeken, om het vlees der schaamte te bedekken; zij zullen zijn van de lenden tot de dijen. 43 Aaron nu en zijn zonen zullen die aanhebben, als zij in de tent der samenkomst gaan, of als zij tot het altaar treden zullen, om in het heilige te dienen; opdat zij geen ongerechtigheid dragen en sterven. Dit zal een eeuwige inzetting zijn, voor hem, en zijn zaad na hem.
Achi
Achuar
Afrikaans
- ABD07-AF Bybel vir almal
- AFR53-AF 1933/1953 Translation
- AFR83 Afrikaans 1983 Translation
- DB Die Boodskap
- NLV Nuwe Lewende Vertaling
العربية
- AVD-AR New Van Dyck Bible
- AVDRV-AR New Van Dyck Bible (Reduced Vocalization without Helps)
- GNA93-AR Good News Arabic Bible
- NAV كتاب الحياة
- SAB الكتاب الشريف
- WBAR Arabic Bible
Waimaha
Batak Toba
български език
বাংলা
Biatah
Simalungun
Batak Karo
Cebuano
Church Slavonic
česky
Dansk
Deutsch
- DELUT Luther Bible 1912
- ELB Elberfelder 1905
- ELB71 Elberfelder 1871
- GANTP Albrecht NT und Psalmen
- HFA Hoffnung für Alle
- NGU2011-DEU Neue Genfer Übersetzung
- SCH2000-DEU Schlachter 2000
- SCH51 Schlachter 1951
Dusun
English
- ASV American Standard Version
- BOOKS-ENG The Books of the Bible NT
- AMP Amplified Bible
- CEB Common English Bible
- CEV Contemporary English Version
- CPDV Catholic Public Domain Version
- DRA Douay Rheims
- ESV English Standard Version
- GNT Good News Translation
- GNTD English Good News Translation
- GWT GOD'S WORD Translation
- HCSB Holman Christian Standard Bible
- KJV King James Version
- LEB Lexham English Bible
- MSG The Message
- NASB New American Standard Bible
- NCV New Century Version
- NET New English Translation
- NIRV-ENG New International Reader's Version
- NIV NIV
- NIV84 NIV 1984
- NIVUK New International Version Anglicized
- NKJV New King James Version
- NLT New Living Translation
- OJB Orthodox Jewish Bible
- TNIV TNIV
- WEB World English Bible
Español
- BLPH-ES La Palabra (versión hispanoamericana)
- DHH Dios Habla Hoy Con Deuterocanόnicos
- DHHE-ES Dios Habla Hoy (versión española)
- LBLA La Biblia de las Americas
- NBLH Nueva Biblia Latinoamericana de Hoy
- NVI Nueva Version Internacional
- NTV Nueva Traducciόn Viviente
- RVC Reina Valera Contemporánea
- RVES Reina-Valera Antigua
- RVR60 Reina-Valera 1960
- RVR60-ES Biblia Reina Valera 1960
- RVR95 Reina Valera 1995
- TLA Traducciόn En Lenguaje Actual
- TLAD Traducciόn En Lenguaje Actual con Deuterocanónicos
- WBES Spanish NT
Euskara
- BHNT Navarro-Labourdin Basque NT
- EAB-EU Elizen Arteko Biblia (Biblia en Euskara, Traducción Interconfesional)
فارسی
Suomi
Français
- BDS La Bible Du Semeur
- FMAR Martin 1744
- FRC97-FR La Bible en français courant
- FRDBY Bible Darby en français
- LSG-FR Bible Segond 1910
- NBS-FR Nouvelle Bible Segond
- NEG79 Nouvelle Edition de Genève 1979
- OST Ostervald
- PDV-FR Bible Parole de Vie
- S21 Bible Segond 21
Guaraní
Ancient Greek
- SBLG SBL Greek New Testament
- TGV-GRC Η Αγία Γραφή (Παλαιά και Καινή Διαθήκη)
- TR1624 Elzevir Textus Receptus 1624
- TR1894 Scrivener’s Textus Receptus 1894
Hausa
עִבְרִית
Hiligaynon
Hrvatski
Magyar
Hawai`i Pidgin
Հայերեն
Iban
Bahasa Indonesia
Igbo
Italiano
- DO885-IT Diodati Bible
- IGD Giovanni Diodati Bibbia
- ITRIV Italian Riveduta 1927
- LM La Parola è Vita
- NR06-ITA Nuova Riveduta 2006
- NR94 Nuova Riveduta 1994
- RDV24-IT Versione Diodati Riveduta
日本語
ភាសាខ្មែរ
한국어
Lahu
Malagasy
te reo Māori
Li Niha
Nederlands
Norsk: nynorsk
Norsk: bokmål
- BM11-NO Bibelen 2011 bokmål
- NLBNT En Levende Bok: Det Nye Testamentet
- BM85-NO Bibelen 1978/85 bokmål
- NB Norsk Bibel 88/07
- NORSK Det Norsk Bibelselskap 1930
Sotho, Northern
Polski
Penan
Potawatomi
Português
- ARC Tradução Revista e Corrigida de João Ferreira de Almeida
- NTLH Tradução na Linguagem de Hoje
- NVI-POR Nova Versão Internacional
- TB-POR Tradução Brasileira (A Brazilian Translation), 2nd edition
- WBPT Brazilian Portuguese NT
Quichua-Chimborazo
Română
- NTR Noua Traducere în limba Română
- VDC Versiunea Dumitru Cornilescu
- VDCC Versiunea Dumitru Cornilescu Corectată
Pyccкий
- RSZ Slovo Zhizny
- RUVZ Russian New Testament by Victor R. Zhuromsky
- SYNO-RU Синодальный перевод
- WBRU Russian New Testament
Toraja
Slovenčina
Shona
Somali
Shqip
српски
Svenska
- BSV Nya Levande Bibeln
- SB00-SV Swedish, Translation 2000
- SFB Svenska Folkbibeln
- SK73 Karl XII 1873
- SVEN Svenska 1917
Kiswahili
ภาษาไทย
- TNCV-THA พระคริสตธรรมคัมภีร์อมตธรรมร่วมสมัย
- THSV Thai Standard Version Revision
- TKJV พระคัมภีร์ภาษาไทยฉบับ KJV
- WBTH Thai New Testament
Murut Timungon
Tagalog
Tswana
Tsonga
Türkçe
українська
- UBIO Біблія в пер. Івана Огієнка, 1962
- UKRK Біблія в пер. П.Куліша та І.Пулюя, 1905
- WBUK Ukrainian New Testament
اردو
Tiếng Việt
- BD2011-VIE Ban Dich 2011
- RVV11-VI Revised Vietnamese Version Bible
- VI1934 1934 Vietnamese Bible
- WBVI Vietnamese NT
èdèe Yorùbá
简体中文
繁體中文
Zokam
Book
Chapter
Achi
Achuar
Afrikaans
- ABD07-AF Bybel vir almal
- AFR53-AF 1933/1953 Translation
- AFR83 Afrikaans 1983 Translation
- DB Die Boodskap
- NLV Nuwe Lewende Vertaling
العربية
- AVD-AR New Van Dyck Bible
- AVDRV-AR New Van Dyck Bible (Reduced Vocalization without Helps)
- GNA93-AR Good News Arabic Bible
- NAV كتاب الحياة
- SAB الكتاب الشريف
- WBAR Arabic Bible
Waimaha
Batak Toba
български език
বাংলা
Biatah
Simalungun
Batak Karo
Cebuano
Church Slavonic
česky
Dansk
Deutsch
- DELUT Luther Bible 1912
- ELB Elberfelder 1905
- ELB71 Elberfelder 1871
- GANTP Albrecht NT und Psalmen
- HFA Hoffnung für Alle
- NGU2011-DEU Neue Genfer Übersetzung
- SCH2000-DEU Schlachter 2000
- SCH51 Schlachter 1951
Dusun
English
- ASV American Standard Version
- BOOKS-ENG The Books of the Bible NT
- AMP Amplified Bible
- CEB Common English Bible
- CEV Contemporary English Version
- CPDV Catholic Public Domain Version
- DRA Douay Rheims
- ESV English Standard Version
- GNT Good News Translation
- GNTD English Good News Translation
- GWT GOD'S WORD Translation
- HCSB Holman Christian Standard Bible
- KJV King James Version
- LEB Lexham English Bible
- MSG The Message
- NASB New American Standard Bible
- NCV New Century Version
- NET New English Translation
- NIRV-ENG New International Reader's Version
- NIV NIV
- NIV84 NIV 1984
- NIVUK New International Version Anglicized
- NKJV New King James Version
- NLT New Living Translation
- OJB Orthodox Jewish Bible
- TNIV TNIV
- WEB World English Bible
Español
- BLPH-ES La Palabra (versión hispanoamericana)
- DHH Dios Habla Hoy Con Deuterocanόnicos
- DHHE-ES Dios Habla Hoy (versión española)
- LBLA La Biblia de las Americas
- NBLH Nueva Biblia Latinoamericana de Hoy
- NVI Nueva Version Internacional
- NTV Nueva Traducciόn Viviente
- RVC Reina Valera Contemporánea
- RVES Reina-Valera Antigua
- RVR60 Reina-Valera 1960
- RVR60-ES Biblia Reina Valera 1960
- RVR95 Reina Valera 1995
- TLA Traducciόn En Lenguaje Actual
- TLAD Traducciόn En Lenguaje Actual con Deuterocanónicos
- WBES Spanish NT
Euskara
- BHNT Navarro-Labourdin Basque NT
- EAB-EU Elizen Arteko Biblia (Biblia en Euskara, Traducción Interconfesional)
فارسی
Suomi
Français
- BDS La Bible Du Semeur
- FMAR Martin 1744
- FRC97-FR La Bible en français courant
- FRDBY Bible Darby en français
- LSG-FR Bible Segond 1910
- NBS-FR Nouvelle Bible Segond
- NEG79 Nouvelle Edition de Genève 1979
- OST Ostervald
- PDV-FR Bible Parole de Vie
- S21 Bible Segond 21
Guaraní
Ancient Greek
- SBLG SBL Greek New Testament
- TGV-GRC Η Αγία Γραφή (Παλαιά και Καινή Διαθήκη)
- TR1624 Elzevir Textus Receptus 1624
- TR1894 Scrivener’s Textus Receptus 1894
Hausa
עִבְרִית
Hiligaynon
Hrvatski
Magyar
Hawai`i Pidgin
Հայերեն
Iban
Bahasa Indonesia
Igbo
Italiano
- DO885-IT Diodati Bible
- IGD Giovanni Diodati Bibbia
- ITRIV Italian Riveduta 1927
- LM La Parola è Vita
- NR06-ITA Nuova Riveduta 2006
- NR94 Nuova Riveduta 1994
- RDV24-IT Versione Diodati Riveduta
日本語
ភាសាខ្មែរ
한국어
Lahu
Malagasy
te reo Māori
Li Niha
Nederlands
Norsk: nynorsk
Norsk: bokmål
- BM11-NO Bibelen 2011 bokmål
- NLBNT En Levende Bok: Det Nye Testamentet
- BM85-NO Bibelen 1978/85 bokmål
- NB Norsk Bibel 88/07
- NORSK Det Norsk Bibelselskap 1930
Sotho, Northern
Polski
Penan
Potawatomi
Português
- ARC Tradução Revista e Corrigida de João Ferreira de Almeida
- NTLH Tradução na Linguagem de Hoje
- NVI-POR Nova Versão Internacional
- TB-POR Tradução Brasileira (A Brazilian Translation), 2nd edition
- WBPT Brazilian Portuguese NT
Quichua-Chimborazo
Română
- NTR Noua Traducere în limba Română
- VDC Versiunea Dumitru Cornilescu
- VDCC Versiunea Dumitru Cornilescu Corectată
Pyccкий
- RSZ Slovo Zhizny
- RUVZ Russian New Testament by Victor R. Zhuromsky
- SYNO-RU Синодальный перевод
- WBRU Russian New Testament
Toraja
Slovenčina
Shona
Somali
Shqip
српски
Svenska
- BSV Nya Levande Bibeln
- SB00-SV Swedish, Translation 2000
- SFB Svenska Folkbibeln
- SK73 Karl XII 1873
- SVEN Svenska 1917
Kiswahili
ภาษาไทย
- TNCV-THA พระคริสตธรรมคัมภีร์อมตธรรมร่วมสมัย
- THSV Thai Standard Version Revision
- TKJV พระคัมภีร์ภาษาไทยฉบับ KJV
- WBTH Thai New Testament
Murut Timungon
Tagalog
Tswana
Tsonga
Türkçe
українська
- UBIO Біблія в пер. Івана Огієнка, 1962
- UKRK Біблія в пер. П.Куліша та І.Пулюя, 1905
- WBUK Ukrainian New Testament
اردو
Tiếng Việt
- BD2011-VIE Ban Dich 2011
- RVV11-VI Revised Vietnamese Version Bible
- VI1934 1934 Vietnamese Bible
- WBVI Vietnamese NT