Genesis 47
1 Toen kwam Jozef en boodschapte Farao, en zeide: Mijn vader en mijn broeders, en hun schapen, en hun runderen, met alles wat zij hebben, zijn gekomen uit het land Kanaan; en zie, zij zijn in het land Gosen. 2 En hij nam een deel zijner broederen, te weten vijf mannen, en hij stelde hen voor Farao's aangezicht. 3 Toen zeide Farao tot zijn broederen: Wat is uw hantering? En zij zeiden tot Farao: Uw knechten zijn schaapherders, zo wij als onze vaders. 4 Voorts zeiden zij tot Farao: Wij zijn gekomen, om als vreemdelingen in dit land te wonen; want er is geen weide voor de schapen, die uw knechten hebben, dewijl de honger zwaar is in het land Kanaan; en nu, laat toch uw knechten in het land Gosen wonen! 5 Toen sprak Farao tot Jozef, zeggende: Uw vader en uw broeders zijn tot u gekomen; 6 Egypteland is voor uw aangezicht; doe uw vader en uw broeders in het beste van het land wonen; laat hen in het land Gosen wonen, en zo gij weet, dat er onder hen kloeke mannen zijn, zo zet hen tot veemeesters over hetgeen ik heb. 7 En Jozef bracht zijn vader Jakob mede, en stelde hem voor Farao's aangezicht; en Jakob zegende Farao. 8 En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens! 9 En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen. 10 En Jakob zegende Farao, en ging uit van Farao's aangezicht.
11 En Jozef bestelde voor Jakob en zijn broederen woningen, en hij gaf hun een bezitting in Egypteland, in het beste van het land, in het land Rameses, gelijk als Farao geboden had. 12 En Jozef onderhield zijn vader, en zijn broeders, en het ganse huis zijns vaders, met brood, tot den mond der kinderkens toe.
13 En er was geen brood in het ganse land; want de honger was zeer zwaar: zodat het land van Egypte en het land Kanaan raasden vanwege dien honger. 14 Toen verzamelde Jozef al het geld, dat in Egypteland en in het land Kanaan gevonden werd, voor het koren, dat zij kochten; en Jozef bracht dat geld in Farao's huis. 15 Als nu het geld uit Egypteland en uit het land Kanaan verdaan was, kwamen al de Egyptenaars tot Jozef, zeggende: Geef ons brood; want waarom zouden wij in uw tegenwoordigheid sterven? want het geld ontbreekt; 16 En Jozef zeide: Geeft uw vee, zo zal ik het u geven voor uw vee, indien het geld ontbreekt. 17 Toen brachten zij hun vee tot Jozef; en Jozef gaf hun brood voor paarden en voor het vee der schapen, en voor het vee der runderen, en voor ezels; en hij voedde hen met brood, datzelve jaar, voor al hun vee. 18 Toen datzelve jaar voleind was, zo kwamen zij tot hem in het tweede jaar, en zeiden tot hem: Wij zullen het voor mijn heer niet verbergen, alzo het geld verdaan is, en de bezitting der beesten gekomen aan mijn heer, zo is er niets anders overgebleven voor het aangezichts mijns heren, dan ons lichaam en ons land. 19 Waarom zullen wij voor uw ogen sterven, zo wij als ons land? Koop ons en ons land voor brood; zo zullen wij en ons land Farao dienstbaar zijn; en geef zaad, opdat wij leven en niet sterven, en het land niet woest worde! 20 Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte voor Farao; want de Egyptenaars verkochten een ieder zijn akker, dewijl de honger sterk over hen geworden was; zo werd het land Farao's eigen. 21 En aangaande het volk, dat zette hij over in de steden, van het ene uiterste der palen van Egypte, tot het andere uiterste deszelven. 22 Alleen het land der priesteren kocht hij niet, want de priesters hadden een bescheiden deel van Farao, en zij aten hun bescheiden deel, hetwelk hun Farao gegeven had; daarom verkochten zij hun land niet. 23 Toen zeide Jozef tot het volk: Ziet, ik heb heden u en uw land gekocht voor Farao; ziet, daar is zaad voor u, opdat gij het land bezaait. 24 Doch met de inkomsten zal het geschieden, dat gij aan Farao het vijfde deel zult geven, en de vier delen zullen voor u zijn, tot zaad des velds , en tot uw spijze en van degenen, die in uw huizen zijn, en om te eten voor uw kinderkens. 25 En zij zeiden: Gij hebt ons leven behouden; laat ons genade vinden in de ogen mijns heren, en wij zullen Farao's knechten zijn. 26 Jozef dan stelde ditzelve in tot een wet, tot dezen dag, over het land van Egypte, dat Farao het vijfde deel zou hebben; behalve dat alleen het land der priesteren van Farao niet werd.
27 Zo woonde Israel in het land van Egypte, in het land Gosen; en zij stelden zich tot bezitters daarin, en zij werden vruchtbaar en vermeerderden zeer. 28 En Jakob leefde in het land van Egypte zeventien jaar; zodat de dagen van Jakob, de jaren zijns levens, geweest zijn honderd zeven en veertig jaren. 29 Als nu de dagen van Israel naderden, dat hij sterven zou, zo riep hij zijn zoon Jozef, en zeide tot hem: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, zo leg toch uw hand onder mijn heup, en doe weldadigheid en trouw aan mij, en begraaf mij toch niet in Egypte; 30 Maar dat ik bij mijn vaderen ligge; hierom zult gij mij uit Egypte voeren, en mij in hun graf begraven. En hij zeide: Ik zal doen naar uw woord! 31 En hij zeide: Zweer mij! en hij zwoer hem. En Israel boog zich ten hoofde van het bed.
Genesis 48
1 Het geschiedde nu na deze dingen, dat men Jozef zeide: Zie, uw vader is krank! Toen nam hij zijn twee zonen met zich, Manasse en Efraim! 2 En men boodschapte Jakob, en men zeide: Zie, uw zoon Jozef komt tot u! Zo versterkte zich Israel, en zat op het bed. 3 Daarna zeide Jakob tot Jozef: God de Almachtige, is mij verschenen te Luz, in het land Kanaan, en Hij heeft mij gezegend; 4 En Hij heeft tot mij gezegd: Zie, Ik zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen, en u tot een hoop van volken stellen; en Ik zal aan uw zaad na u dit land tot een eeuwige bezitting geven.
5 Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; Efraim en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon. 6 Maar uw geslacht, dat gij na hen zult gewinnen, zullen uwe zijn; zij zullen naar hunner broederen naam genoemd worden in hun erfdeel. 7 Toen ik nu van Paddan kwam, zo is Rachel bij mij gestorven in het land Kanaan, op den weg, als het nog een kleine streek lands was, om tot Efrath te komen; en ik begroef haar aldaar aan den weg van Efrath, welke is Bethlehem.
8 En Israel zag de zonen van Jozef, en zeide: Wiens zijn deze? 9 En Jozef zeide tot zijn vader: Zij zijn mijn zonen, die mij God hier gegeven heeft. En hij zeide: Breng hen toch tot mij, dat ik hen zegene! 10 Doch de ogen van Israel waren zwaar van ouderdom; hij kon niet zien; en hij deed hen naderen tot zich; toen kuste hij hen, en omhelsde hen. 11 En Israel zeide tot Jozef: Ik had niet gemeend uw aangezicht te zien; maar zie, God heeft mij ook uw zaad doen zien! 12 Toen deed hen Jozef uitgaan van zijn knieen; en hij boog zich voor zijn aangezicht neder ter aarde. 13 En Jozef nam die beiden, Efraim met zijn rechterhand, tegenover Israels linkerhand, en Manasse met zijn linkerhand, tegenover Israels rechterhand, en hij deed hen naderen tot hem. 14 Maar Israel strekte zijn rechterhand uit, en leide die op het hoofd van Efraim, hoewel hij de minste was, en zijn linkerhand op het hoofd van Manasse; hij bestierde zijn handen verstandelijk; want Manasse was de eerstgeborene.
15 En hij zegende Jozef, en zeide: De God, voor Wiens aangezicht mijn vaders, Abraham en Izak, gewandeld hebben, die God, Die mij gevoed heeft, van dat ik was, tot op dezen dag; 16 Die Engel, Die mij verlost heeft van alle kwaad, zegene deze jongeren, en dat in hen mijn naam genoemd worde, en de naam mijner vaderen, Abraham en Izak, en dat zij vermenigvuldigen als vissen in menigte, in het midden des lands! 17 Toen Jozef zag, dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraim leide, zo was het kwaad in zijn ogen, en hij ondervatte zijns vaders hand, om die van het hoofd van Efraim op het hoofd van Manasse af te brengen. 18 En Jozef zeide tot zijn vader: Niet alzo, mijn vader! want deze is de eerstgeborene; leg uw rechterhand op zijn hoofd. 19 Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden. 20 Alzo zegende hij ze te dien dage, zeggende: In u zal Israel zegenen, zeggende: God zette u als Efraim en als Manasse! En hij zette Efraim voor Manasse. 21 Daarna zeide Israel tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen. 22 En ik heb u een stuk lands gegeven boven uw broederen; hetwelk ik, met mijn zwaard en met mijn boog, uit de hand der Amorieten genomen heb.
Genesis 49
1 Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u verkondigen, hetgeen u in de navolgende dagen wedervaren zal. 2 Komt samen en hoort, gij, zonen van Jakob! en hoort naar Israel, uw vader.
3 Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte! 4 Snelle afloop als der wateren, gij zult de voortreffelijkste niet zijn! want gij hebt uws vaders leger beklommen; toen hebt gij het geschonden; hij heeft mijn bed beklommen!
5 Simeon en Levi zijn gebroeders! hun handelingen zijn werktuigen van geweld! 6 Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt. 7 Vervloekt zij hun toorn, want hij is heftig; en hun verbolgenheid, want zij is hard! ik zal hen verdelen onder Jakob, en zal hen verstrooien onder Israel.
8 Juda! gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op den nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen. 9 Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van den roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? 10 De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. 11 Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed. 12 Hij is roodachtig van ogen door den wijn, en wit van tanden door de melk.
13 Zebulon zal aan de haven der zeeen wonen, en hij zal aan de haven der schepen wezen; en zijn zijde zal zijn naar Sidon.
14 Issaschar is een sterk gebeende ezel, nederliggende tussen twee pakken. 15 Toen hij de rust zag, dat zij goed was, en het land, dat het lustig was, zo boog hij zijn schouder om te dragen, en was dienende onder cijns.
16 Dan zal zijn volk richten, als een der stammen Israels. 17 Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle. 18 Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!
19 Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde.
20 Van Aser, zijn brood zal vet zijn; en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
21 Nafthali is een losgelaten hinde; hij geeft schone woorden.
22 Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein; elk der takken loopt over den muur. 23 De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en beschoten, en hem gehaat; 24 Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden, door de handen van den Machtige Jakobs; daarvan is hij een herder, een steen Israels; 25 Van uws vaders God, Die u zal helpen, en van den Almachtige, Die u zal zegenen, met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen des afgronds, die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder! 26 De zegeningen uws vaders gaan te boven de zegeningen mijner voorvaderen, tot aan het einde van de eeuwige heuvelen; die zullen zijn op het hoofd van Jozef, en op den hoofdschedel des afgezonderden zijner broederen!
27 Benjamin zal als een wolf verscheuren; des morgens zal hij roof eten, en des avonds zal hij buit uitdelen.
28 Al deze stammen van Israel zijn twaalf; en dit is het, wat hun vader tot hen sprak, als hij hen zegende; hij zegende hen, een iegelijk naar zijn bijzonderen zegen. 29 Daarna gebood hij hun, en zeide tot hen: Ik word verzameld tot mijn volk: begraaft mij bij mijn vaders, in de spelonk, die is in den akker van Efron, den Hethiet; 30 In de spelonk, welke is op den akker van Machpela, die tegenover Mamre is, in het land Kanaan, die Abraham met dien akker gekocht heeft van Efron, den Hethiet, tot een erfbegrafenis. 31 Aldaar hebben zij Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw; daar hebben zij Izak begraven, en Rebekka, zijn huisvrouw; en daar heb ik Lea begraven. 32 De akker, en de spelonk, die daarin is, is gekocht van de zonen Heths. 33 Als Jakob voleind had aan zijn zonen bevelen te geven, zo leide hij zijn voeten samen op het bed, en hij gaf den geest, en hij werd verzameld tot zijn volken.
Achi
Achuar
Afrikaans
- ABD07-AF Bybel vir almal
- AFR53-AF 1933/1953 Translation
- AFR83 Afrikaans 1983 Translation
- DB Die Boodskap
- NLV Nuwe Lewende Vertaling
العربية
- AVD-AR New Van Dyck Bible
- AVDRV-AR New Van Dyck Bible (Reduced Vocalization without Helps)
- GNA93-AR Good News Arabic Bible
- NAV كتاب الحياة
- SAB الكتاب الشريف
- WBAR Arabic Bible
Waimaha
Batak Toba
български език
বাংলা
Biatah
Simalungun
Batak Karo
Cebuano
Church Slavonic
česky
Dansk
Deutsch
- DELUT Luther Bible 1912
- ELB Elberfelder 1905
- ELB71 Elberfelder 1871
- GANTP Albrecht NT und Psalmen
- HFA Hoffnung für Alle
- NGU2011-DEU Neue Genfer Übersetzung
- SCH2000-DEU Schlachter 2000
- SCH51 Schlachter 1951
Dusun
English
- ASV American Standard Version
- BOOKS-ENG The Books of the Bible NT
- AMP Amplified Bible
- CEB Common English Bible
- CEV Contemporary English Version
- CPDV Catholic Public Domain Version
- DRA Douay Rheims
- ESV English Standard Version
- GNT Good News Translation
- GNTD English Good News Translation
- GWT GOD'S WORD Translation
- HCSB Holman Christian Standard Bible
- KJV King James Version
- LEB Lexham English Bible
- MSG The Message
- NASB New American Standard Bible
- NCV New Century Version
- NET New English Translation
- NIRV-ENG New International Reader's Version
- NIV NIV
- NIV84 NIV 1984
- NIVUK New International Version Anglicized
- NKJV New King James Version
- NLT New Living Translation
- OJB Orthodox Jewish Bible
- TNIV TNIV
- WEB World English Bible
Español
- BLPH-ES La Palabra (versión hispanoamericana)
- DHH Dios Habla Hoy Con Deuterocanόnicos
- DHHE-ES Dios Habla Hoy (versión española)
- LBLA La Biblia de las Americas
- NBLH Nueva Biblia Latinoamericana de Hoy
- NVI Nueva Version Internacional
- NTV Nueva Traducciόn Viviente
- RVC Reina Valera Contemporánea
- RVES Reina-Valera Antigua
- RVR60 Reina-Valera 1960
- RVR60-ES Biblia Reina Valera 1960
- RVR95 Reina Valera 1995
- TLA Traducciόn En Lenguaje Actual
- TLAD Traducciόn En Lenguaje Actual con Deuterocanónicos
- WBES Spanish NT
Euskara
- BHNT Navarro-Labourdin Basque NT
- EAB-EU Elizen Arteko Biblia (Biblia en Euskara, Traducción Interconfesional)
فارسی
Suomi
Français
- BDS La Bible Du Semeur
- FMAR Martin 1744
- FRC97-FR La Bible en français courant
- FRDBY Bible Darby en français
- LSG-FR Bible Segond 1910
- NBS-FR Nouvelle Bible Segond
- NEG79 Nouvelle Edition de Genève 1979
- OST Ostervald
- PDV-FR Bible Parole de Vie
- S21 Bible Segond 21
Guaraní
Ancient Greek
- SBLG SBL Greek New Testament
- TGV-GRC Η Αγία Γραφή (Παλαιά και Καινή Διαθήκη)
- TR1624 Elzevir Textus Receptus 1624
- TR1894 Scrivener’s Textus Receptus 1894
Hausa
עִבְרִית
Hiligaynon
Hrvatski
Magyar
Hawai`i Pidgin
Հայերեն
Iban
Bahasa Indonesia
Igbo
Italiano
- DO885-IT Diodati Bible
- IGD Giovanni Diodati Bibbia
- ITRIV Italian Riveduta 1927
- LM La Parola è Vita
- NR06-ITA Nuova Riveduta 2006
- NR94 Nuova Riveduta 1994
- RDV24-IT Versione Diodati Riveduta
日本語
ភាសាខ្មែរ
한국어
Lahu
Malagasy
te reo Māori
Li Niha
Nederlands
Norsk: nynorsk
Norsk: bokmål
- BM11-NO Bibelen 2011 bokmål
- NLBNT En Levende Bok: Det Nye Testamentet
- BM85-NO Bibelen 1978/85 bokmål
- NB Norsk Bibel 88/07
- NORSK Det Norsk Bibelselskap 1930
Sotho, Northern
Polski
Penan
Potawatomi
Português
- ARC Tradução Revista e Corrigida de João Ferreira de Almeida
- NTLH Tradução na Linguagem de Hoje
- NVI-POR Nova Versão Internacional
- TB-POR Tradução Brasileira (A Brazilian Translation), 2nd edition
- WBPT Brazilian Portuguese NT
Quichua-Chimborazo
Română
- NTR Noua Traducere în limba Română
- VDC Versiunea Dumitru Cornilescu
- VDCC Versiunea Dumitru Cornilescu Corectată
Pyccкий
- RSZ Slovo Zhizny
- RUVZ Russian New Testament by Victor R. Zhuromsky
- SYNO-RU Синодальный перевод
- WBRU Russian New Testament
Toraja
Slovenčina
Shona
Somali
Shqip
српски
Svenska
- BSV Nya Levande Bibeln
- SB00-SV Swedish, Translation 2000
- SFB Svenska Folkbibeln
- SK73 Karl XII 1873
- SVEN Svenska 1917
Kiswahili
ภาษาไทย
- TNCV-THA พระคริสตธรรมคัมภีร์อมตธรรมร่วมสมัย
- THSV Thai Standard Version Revision
- TKJV พระคัมภีร์ภาษาไทยฉบับ KJV
- WBTH Thai New Testament
Murut Timungon
Tagalog
Tswana
Tsonga
Türkçe
українська
- UBIO Біблія в пер. Івана Огієнка, 1962
- UKRK Біблія в пер. П.Куліша та І.Пулюя, 1905
- WBUK Ukrainian New Testament
اردو
Tiếng Việt
- BD2011-VIE Ban Dich 2011
- RVV11-VI Revised Vietnamese Version Bible
- VI1934 1934 Vietnamese Bible
- WBVI Vietnamese NT
èdèe Yorùbá
简体中文
繁體中文
Zokam
Book
Chapter
Achi
Achuar
Afrikaans
- ABD07-AF Bybel vir almal
- AFR53-AF 1933/1953 Translation
- AFR83 Afrikaans 1983 Translation
- DB Die Boodskap
- NLV Nuwe Lewende Vertaling
العربية
- AVD-AR New Van Dyck Bible
- AVDRV-AR New Van Dyck Bible (Reduced Vocalization without Helps)
- GNA93-AR Good News Arabic Bible
- NAV كتاب الحياة
- SAB الكتاب الشريف
- WBAR Arabic Bible
Waimaha
Batak Toba
български език
বাংলা
Biatah
Simalungun
Batak Karo
Cebuano
Church Slavonic
česky
Dansk
Deutsch
- DELUT Luther Bible 1912
- ELB Elberfelder 1905
- ELB71 Elberfelder 1871
- GANTP Albrecht NT und Psalmen
- HFA Hoffnung für Alle
- NGU2011-DEU Neue Genfer Übersetzung
- SCH2000-DEU Schlachter 2000
- SCH51 Schlachter 1951
Dusun
English
- ASV American Standard Version
- BOOKS-ENG The Books of the Bible NT
- AMP Amplified Bible
- CEB Common English Bible
- CEV Contemporary English Version
- CPDV Catholic Public Domain Version
- DRA Douay Rheims
- ESV English Standard Version
- GNT Good News Translation
- GNTD English Good News Translation
- GWT GOD'S WORD Translation
- HCSB Holman Christian Standard Bible
- KJV King James Version
- LEB Lexham English Bible
- MSG The Message
- NASB New American Standard Bible
- NCV New Century Version
- NET New English Translation
- NIRV-ENG New International Reader's Version
- NIV NIV
- NIV84 NIV 1984
- NIVUK New International Version Anglicized
- NKJV New King James Version
- NLT New Living Translation
- OJB Orthodox Jewish Bible
- TNIV TNIV
- WEB World English Bible
Español
- BLPH-ES La Palabra (versión hispanoamericana)
- DHH Dios Habla Hoy Con Deuterocanόnicos
- DHHE-ES Dios Habla Hoy (versión española)
- LBLA La Biblia de las Americas
- NBLH Nueva Biblia Latinoamericana de Hoy
- NVI Nueva Version Internacional
- NTV Nueva Traducciόn Viviente
- RVC Reina Valera Contemporánea
- RVES Reina-Valera Antigua
- RVR60 Reina-Valera 1960
- RVR60-ES Biblia Reina Valera 1960
- RVR95 Reina Valera 1995
- TLA Traducciόn En Lenguaje Actual
- TLAD Traducciόn En Lenguaje Actual con Deuterocanónicos
- WBES Spanish NT
Euskara
- BHNT Navarro-Labourdin Basque NT
- EAB-EU Elizen Arteko Biblia (Biblia en Euskara, Traducción Interconfesional)
فارسی
Suomi
Français
- BDS La Bible Du Semeur
- FMAR Martin 1744
- FRC97-FR La Bible en français courant
- FRDBY Bible Darby en français
- LSG-FR Bible Segond 1910
- NBS-FR Nouvelle Bible Segond
- NEG79 Nouvelle Edition de Genève 1979
- OST Ostervald
- PDV-FR Bible Parole de Vie
- S21 Bible Segond 21
Guaraní
Ancient Greek
- SBLG SBL Greek New Testament
- TGV-GRC Η Αγία Γραφή (Παλαιά και Καινή Διαθήκη)
- TR1624 Elzevir Textus Receptus 1624
- TR1894 Scrivener’s Textus Receptus 1894
Hausa
עִבְרִית
Hiligaynon
Hrvatski
Magyar
Hawai`i Pidgin
Հայերեն
Iban
Bahasa Indonesia
Igbo
Italiano
- DO885-IT Diodati Bible
- IGD Giovanni Diodati Bibbia
- ITRIV Italian Riveduta 1927
- LM La Parola è Vita
- NR06-ITA Nuova Riveduta 2006
- NR94 Nuova Riveduta 1994
- RDV24-IT Versione Diodati Riveduta
日本語
ភាសាខ្មែរ
한국어
Lahu
Malagasy
te reo Māori
Li Niha
Nederlands
Norsk: nynorsk
Norsk: bokmål
- BM11-NO Bibelen 2011 bokmål
- NLBNT En Levende Bok: Det Nye Testamentet
- BM85-NO Bibelen 1978/85 bokmål
- NB Norsk Bibel 88/07
- NORSK Det Norsk Bibelselskap 1930
Sotho, Northern
Polski
Penan
Potawatomi
Português
- ARC Tradução Revista e Corrigida de João Ferreira de Almeida
- NTLH Tradução na Linguagem de Hoje
- NVI-POR Nova Versão Internacional
- TB-POR Tradução Brasileira (A Brazilian Translation), 2nd edition
- WBPT Brazilian Portuguese NT
Quichua-Chimborazo
Română
- NTR Noua Traducere în limba Română
- VDC Versiunea Dumitru Cornilescu
- VDCC Versiunea Dumitru Cornilescu Corectată
Pyccкий
- RSZ Slovo Zhizny
- RUVZ Russian New Testament by Victor R. Zhuromsky
- SYNO-RU Синодальный перевод
- WBRU Russian New Testament
Toraja
Slovenčina
Shona
Somali
Shqip
српски
Svenska
- BSV Nya Levande Bibeln
- SB00-SV Swedish, Translation 2000
- SFB Svenska Folkbibeln
- SK73 Karl XII 1873
- SVEN Svenska 1917
Kiswahili
ภาษาไทย
- TNCV-THA พระคริสตธรรมคัมภีร์อมตธรรมร่วมสมัย
- THSV Thai Standard Version Revision
- TKJV พระคัมภีร์ภาษาไทยฉบับ KJV
- WBTH Thai New Testament
Murut Timungon
Tagalog
Tswana
Tsonga
Türkçe
українська
- UBIO Біблія в пер. Івана Огієнка, 1962
- UKRK Біблія в пер. П.Куліша та І.Пулюя, 1905
- WBUK Ukrainian New Testament
اردو
Tiếng Việt
- BD2011-VIE Ban Dich 2011
- RVV11-VI Revised Vietnamese Version Bible
- VI1934 1934 Vietnamese Bible
- WBVI Vietnamese NT